Begeleiding en ondersteuning

Wij willen onze leerlingen kwalitatief goed onderwijs aanbieden. Kwalitatief goed onderwijs betekent maximale resultaten behalen, door je onderwijsaanbod af te stemmen op de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van de leerlingen. Wij vinden het dan ook heel belangrijk, dat wij op een systematische wijze de ontwikkeling van onze leerlingen volgen en tijdig hun eventuele stagnaties in dit ontwikkelingsproces signaleren en analyseren. De groepsleraar is verantwoordelijk voor een planmatige aanpak van de ondersteuning voor de leerlingen in de groep. De organisatie in de groepen en het leerstofaanbod staan in dienst van de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van de kinderen. Hierdoor willen we het onderwijs zo passend mogelijk maken. Leerlingen werken zoveel mogelijk in de eigen groep, onder begeleiding van de groepsleraar. De groepsleraar kan met hulpvragen terecht bij de intern begeleider en / of collega’s. Het accent van de begeleiding van leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften ligt op de begeleiding binnen de groep. Binnen het groepsgebeuren zijn werkvormen gecreëerd, waardoor dit mogelijk is (klassenmanagement, weektaak, gedifferentieerde instructie en kleine kring). In principe volgen leerlingen zo lang mogelijk de reguliere stof van de desbetreffende groep. Het streven is om zo veel mogelijk de instructie te volgen. Indien nodig, wordt er gewerkt met individuele leerlijnen. 

De intern begeleider heeft daarin een coördinerende, inhoudelijke, ondersteunende en coachende taak.

(Hoog)begaafde leerlingen

(Hoog)begaafde leerlingen moeten geprikkeld worden én blijven om zich te ontwikkelen. De school heeft een protocol excellente leerlingen opgesteld. We kunnen daarmee ‘(hoog)begaafde leerlingen’ beter signaleren en diagnosticeren. Om tegemoet te komen aan de onderwijsbehoeften van (hoog)begaafde leerlingen bieden we hen speciale onderwijsarrangementen aan. Daarmee bieden we hen passend onderwijs.

Leerlingvolgsysteem

Wij maken gebruik van het digitale leerlingvolgsysteem van ESIS. Het doel van het leerlingvolgsysteem is het volgen van de leerlingen in hun ontwikkeling, zodat leraren in hun onderwijs optimaal kunnen aansluiten bij de individuele mogelijkheden en behoeften van leerlingen. Binnen het leerlingvolgsysteem worden instrumenten gebruikt om de ontwikkelingen en vorderingen van leerlingen in kaart te brengen. Deze instrumenten bestaan uit observaties, het analyseren van het leerproces en de methode gebonden en methode onafhankelijke toetsresultaten (de Cito M- en E toetsen) met behulp van het Cito LOVS. De methodeonafhankelijke toetsen meten de vorderingen, los van de gebruikte methoden. Deze toetsen zijn landelijk genormeerd. Met deze toetsen is vergelijking mogelijk met leeftijdsgenoten. Door een opeenvolging van meetmomenten is de ontwikkeling van iedere leerling in de tijd te volgen. De gegevens uit de toetsen gebruiken we ook om het onderwijs te evalueren met als doel de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren.

Privacy

Privacy is voor mensen een groot recht.

Om met educatieve software te kunnen werken heeft een computerprogramma basisinformatie nodig. De software moet bijvoorbeeld weten, wie er op dat moment aan het programma werkt en in welke jaargroep deze leerling zit. Het computerprogramma moet ook beschikken over de juiste persoonsgegevens, zodat leraren kunnen inloggen bij ‘hun’ groepen, zodat zij bijvoorbeeld het softwareprogramma op maat voor de leerlingen klaar kunnen zetten.

Tenslotte verzamelt het computerprogramma gegevens over bijvoorbeeld fouten en snelheid, zodat de leerling zo efficiënt mogelijk aan het programma kan blijven werken.  Dit volgsysteem geeft op zijn beurt de leraar weer inzicht in de vorderingen van de leerlingen.

Vanuit Esis gaan automatisch gegevens via Basispoort naar uitgeverijen. Het gaat daarbij om:

-          voor en achternaam leerling

-          geboortedatum

-          groep

-          geslacht

Andere vertrouwelijke informatie, zoals BSN of adresgegevens worden vanuit Esis nooit doorgegeven aan derden.

Dossiervorming

Wij vinden het belangrijk dat u ervan op de hoogte bent welke gegevens wij vastleggen en hoe daarmee wordt omgegaan. De persoonlijke gegevens van ouders en leerlingen worden door onze school niet verstrekt aan derden die daarom vragen, anders dan zij die wettelijk bevoegd zijn. Denk hierbij aan G.G.D. (schoolarts), een volgende school wanneer leerlingen onze school verlaten, gemeente, etc.

De leerlinggegevens staan direct ter beschikking van personeelsleden, wanneer dat voor een goede voortgang van het onderwijs noodzakelijk is. De inhoudelijke ontwikkelingsgegevens van leerlingen worden niet aan derden verstrekt zonder toestemming van de ouders.

Bij verandering van school worden de leerlinggegevens doorgegeven aan de nieuwe school tenzij ouders hier bezwaar tegen maken. Als een leerling naar het voortgezet onderwijs gaat, bewaart de school de gegevens conform de wettelijke norm.

Op verzoek krijgen ouders – binnen 7 dagen na het formele verzoek – het dossier, met daarin het leerlingvolgsysteem en de rapportmap, ter inzage.

Drie fasen van begeleiding

Wanneer de ontwikkeling van een leerling niet naar verwachting verloopt onderzoeken wij welke extra begeleiding en ondersteuning nodig is. Wij hebben deze extra ondersteuning verdeeld in drie fasen van begeleiding. Deze verdeling van de extra begeleiding en ondersteuning geldt voor alle scholen binnen ons samenwerkingsverband SWV PO 30.06. Op deze manier spreken wij met elkaar dezelfde taal, worden in grote lijnen op alle scholen dezelfde stappen doorlopen en bereiken wij met elkaar een doorgaande lijn met de voorschoolse voorzieningen, basisonderwijs en voortgezet onderwijs.

Fase 1: Het basisaanbod op groepsniveau

Het basisaanbod voor alle leerlingen is beschreven in het groepsplan. Leerlingen met dezelfde onderwijsbehoeften worden geclusterd. Dat betekent: alles in de eigen groep, door de eigen leraar, beschreven in het groepsplan. De leraar differentieert in drie subgroepen:

-          basis instructie;

-          intensieve instructie (voor de leerlingen die de aangeboden leerstof nog moeilijk vinden)

-          verkorte instructie (verkorte instructie voor de leerlingen die de aangeboden leerstof veelal zelfstandig kunnen verwerken)

Op basis van het groepsplan maakt de leraar de week- en dagplanning.

Fase 2: Extra begeleiding binnen de expertise van de eigen school

Wanneer een leerling zich niet voldoende ontwikkelt op één of meerdere vakgebieden, zijn vervolgstappen nodig met een specifieke aanpak. De leraar doet een beroep op de intern begeleider voor een leerlingbespreking. De leraar en de interne begeleider analyseren diepgaander welke stappen nodig zijn voor deze leerling en stellen doelen op. Dit wordt beschreven in het groepsplan of in een individueel plan.

Het streven is dat de leerling na de extra begeleiding weer voldoende vorderingen maakt. De ouders worden hierover geïnformeerd en geraadpleegd tijdens een extra oudergesprek. De ouders ondertekenen een eventueel handelingsplan voor “gezien”.

Fase 3: Extra begeleiding met externe expertise

Wanneer het specifieke plan van aanpak uit fase 2 niet tot het gewenste resultaat heeft geleid, wordt een externe specialist erbij betrokken, die op grond van eventueel onderzoek een analyse / diagnose opstelt.

In de externe leerlingbespreking worden vervolgstappen geformuleerd. De stappen en doelen worden beschreven in een individueel plan. De ouders worden geïnformeerd en geraadpleegd. Zij worden vooraf ook gevraagd om toestemming te geven voor extern onderzoek.

De ouders ondertekenen het plan voor gezien. Met de ouders wordt het plan geëvalueerd en de ouders zijn betrokken bij de voortgang.

Schoolondersteuningsprofielen

Wij hebben in het voorjaar van 2017 in opdracht van het samenwerkingsverband SWV PO 30.06 het schoolondersteuningsprofiel geactualiseerd. Wij hebben de kwaliteit van de basisondersteuning opnieuw in beeld gebracht evenals de extra ondersteuning die verder op de afzonderlijke scholen wordt geboden. De schoolondersteuningsprofielen van alle scholen tezamen, vormen de basis voor de ondersteuningsvoorzieningen op onze zes scholen.  

Afgelopen schooljaar hebben wij de schoolondersteuningsprofielen geanalyseerd. Op basis van deze analyse hebben wij het volgende vastgesteld. Onze scholen zijn over het algemeen tevreden over de manier waarop zij de basisondersteuning vorm geven. Wel is er op een of meer scholen behoefte aan ondersteuning bij de verbetering van het aanbod voor leerlingen die het Nederlands als tweede taal verwerven, het NT2-onderwijs, de begeleiding van leerlingen met gedragsproblemen en tenslotte een verbreding van het onderwijsaanbod voor (hoog)begaafde leerlingen. Voor bovenstaande ondersteuningsvragen hebben wij stichtingsbreed een drietal projectgroepen ingericht. Deze projectgroepen zorgen voor de collegiale ondersteuning bij de verbetering van het aanbod.

Voor- en vroegschoolse educatie

De gemeente Bernheze krijgt voor het vormgeven van de voor- en vroegschoolse educatie (= VVE) extra middelen van de overheid. VVE heeft als doel om eventuele taal- en ontwikkelingsachterstanden bij leerlingen te voorkomen, dan wel zo snel mogelijk aan te pakken. Zowel op landelijk als regionaal niveau zijn er door de VVE-regeling de afgelopen jaren veel ontwikkelingen in gang gezet om de startpositie van alle leerlingen in het onderwijs te verbeteren. Hiervoor zijn verschillende programma’s ontwikkeld. Bij deze programma’s is veel aandacht voor de doorgaande lijn van het peutercentrum naar de basisschool. Leidsters en leraren hebben kennisgemaakt met elkaars werkwijze en richten zich op een doorgaande lijn in de spraak- / taalontwikkeling van leerlingen. Voor onze scholen betekent dit dat wij gebruik maken van specifieke materialen om extra aandacht te kunnen besteden aan een goede taalverwerving bij taalzwakke leerlingen. Verder zijn diverse vertelkisten ontwikkeld en hebben enkele leraren de cursus VVE-sterk gevolgd. De informatieoverdracht met behulp van een observatie- en registratieprogramma waarborgt een goede overgang van het peutercentrum naar onze basisschool.   

De overstap naar het voortgezet onderwijs

Aan het einde van groep 7 en in groep 8 krijgt u te maken met de vraag welke vorm van voortgezet onderwijs het best aansluit bij de mogelijkheden en capaciteiten van uw kind. Alle leerlingen van groep 8 zijn verplicht een eindtoets basisonderwijs te maken. De overheid stelt hiervoor een centrale eindtoets voor het primair onderwijs beschikbaar. Wij maken op alle scholen gebruik van Route 8. Met de invoering van de verplichte eindtoets primair onderwijs is het schooladvies leidend geworden bij de advisering en plaatsing van leerlingen in het voortgezet onderwijs. De centrale eindtoets geldt als een onafhankelijk en objectief tweede gegeven naast het schooladvies.
Bij het vaststellen van het advies wordt gebruik gemaakt van alle beschikbare gegevens van de leerling zoals die verzameld zijn in het dossier. De leraren van groep 6 en 7 en de intern begeleider wordt gevraagd mee te denken over het uit te brengen advies. Het uiteindelijke advies is gebaseerd op die vorm van voortgezet onderwijs die:

-          maximaal aansluit bij de ontwikkelbehoeften van de leerling;

-          gebaseerd is op zowel de cognitieve als sociaal emotionele kennis en vaardigheden;

-          de leerling de meeste kans geeft met succes het voortgezet onderwijs te doorlopen.

Wij kennen op onze scholen eenzelfde procedure waarover u via de leraren van de groep 7 en 8 in het begin van het schooljaar verder wordt geïnformeerd.

Protocol leesproblemen en dyslexie

In Nederland heeft ongeveer 10% van de leerlingen moeite met lezen, hetgeen verstrekkende gevolgen heeft voor de gehele schoolloopbaan. Om te komen tot verbetering van het onderwijs aan leerlingen met leesproblemen heeft het Procesmanagement Primair Onderwijs opdracht gegeven hiervoor beleid te formuleren. Dit is vastgelegd in het “Protocol Leesproblemen en dyslexie”, voor zowel de basisschool als het voortgezet onderwijs. Dit protocol geeft de scholen handvatten om stagnaties in de leesontwikkeling vroegtijdig te signaleren en zoveel mogelijk te verhelpen. Aan de hand van een uitgewerkt stappenplan wordt gedetailleerd aangegeven:

-          Wanneer en waarmee de ontwikkeling getoetst dient te worden.

-          Wanneer aanvullend onderzoek nodig is.

-          Aanwijzingen voor de leerkracht voor extra ondersteuning.

Wanneer de basisschool ondanks de extra ondersteuning onvoldoende ontwikkeling vaststelt, kan besloten worden tot de aanvraag van een dyslexieverklaring.

Afstemming met het voortgezet onderwijs:

Om hierover een goede afstemming te krijgen tussen basisschool en voortgezet onderwijs, zijn er op samenwerkingsniveau afspraken gemaakt.

De basisschool dient in het onderwijskundig rapport (= AAK, advies en aanvullende kenmerken) duidelijk en goed aan te tonen welke begeleiding er afgelopen jaren aan de desbetreffende leerling is aangeboden.  Aan het onderwijskundig rapport zal hiervoor een onderkennende verklaring worden toegevoegd.

Het Voortgezet Onderwijs kan besluiten aanvullend een dyslexieonderzoek te laten uitvoeren (Observatorium). Dit onderzoek wordt bekostigd door het Samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs, dus niet door de ouders of de basisschool. De basisschool hoeft derhalve een dergelijke dyslexieverklaring niet te regelen.

Protocol ernstige reken- en wiskundeproblemen en dyscalculie

In 2008 heeft het Ministerie van OCW aan de Nederlandse Vereniging tot Ontwikkeling van het RekenWiskunde Onderwijs (NVORWO) de opdracht gegeven een protocol Ernstige RekenWiskunde problemen en Dyscalculie (protocol ERWD) te ontwikkelen voor zowel primair onderwijs, het voortgezet onderwijs, het speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. De bedoeling van het protocol is landelijke eenduidigheid en een integrale aanpak van (ernstige) rekenwiskundeproblemen en dyscalculie. Het protocol van SKPO Novum is ontwikkeld vanuit dit landelijk protocol en richt zich hierbij op alle leerlingen van 4 t/m 12 jaar. Het protocol is een onderdeel van het beleidsplan rekenen en wiskunde. In dit protocol is de procedure vastgelegd die wij volgen indien problemen ontstaan in de rekenwiskundige ontwikkeling van individuele leerlingen. Veel problemen kunnen immers worden voorkomen door te beginnen met goed onderwijs, vroegtijdig signaleren en adequaat handelen.

Externe ondersteuning

Wij krijgen in toenemende mate te maken met ouders, verzorgers die op eigen initiatief en voor eigen rekening externe hulp (willen) inschakelen. Wanneer u op zoek bent naar een vorm van ondersteuning voor uw kind – buiten de school – dan bestaat de mogelijkheid om informatie in te winnen bij onze intern begeleiders. Zij zijn bekend met externe hulpverleners en kunnen u wellicht adviseren.

Voor meer informatie hierover kunt u eveneens bij de intern begeleider terecht.